Oppervlaktecalculator met formules en berekening
Kies uw vorm en voer de maten in om de oppervlakte te vinden. De calculator toont de berekening en werkt met maten in mm, cm en m.
Geen verbinding. Uw getallen zijn bewaard. Probeer het opnieuw.
Geen verbinding. Uw getallen zijn bewaard. Probeer het opnieuw.
Rekenvoorbeeld
- Vorm: Rechthoek
- Lengte: 12 m
- Breedte: 10 m
Resultaat
Oppervlakte
120 m²
Berekening
- A = l × b
12 m × 10 m = 120 m²
Welke maten hebt u nodig voor de oppervlakte?
De oppervlakte geeft aan hoe groot een vlak is. Dat is handig als u een vloer, een stuk stof of een figuur in een wiskundeopgave opmeet. Het resultaat wordt gegeven in vierkante eenheden, bijvoorbeeld m² of cm², omdat het om een vlak gaat.
Een rechthoek heeft lengte en breedte nodig: A = l × b. Bij een vierkant zijn de zijden gelijk, dus de formule is A = a². Een driehoek wordt berekend met A = b × h / 2. De hoogte moet loodrecht op de basis staan. Kent u in plaats daarvan alle drie zijden, kies dan de driehoek met drie zijden, die de formule van Heron gebruikt.
Oppervlakte van ronde en schuine vormen
Voor een cirkel is de formule A = π × r². De straal loopt van het middelpunt naar de rand. U kunt ook de diameter invoeren. Een ellips wordt berekend met A = π × a × b, waarbij a en b de halve assen zijn.
Een parallellogram gebruikt A = b × h. Een trapezium gebruikt A = (a + b) × h / 2, waarbij a en b de evenwijdige zijden zijn. Meet de hoogte loodrecht tussen de zijden, zodat geen schuine zijde als hoogte wordt gebruikt.
Voorbeelden van oppervlakteberekeningen
Een rechthoek van 12 m bij 10 m geeft 12 m × 10 m = 120 m². Voor een driehoek met een basis van 6 m en een hoogte van 4 m is de berekening 6 m × 4 m / 2 = 24 m² / 2 = 12 m².